Dierenkliniek Hoorn 0229 - 265 005
Dierenkliniek De Goorn 0229 - 507 025

Hormonale afwijkingen

Suikerziekte en meer

  • Dolly Parton Syndroom (Fibroadenomateuze hyperplasie)
  • Suikerziekte
  • Schildklierproblemen bij katten

Dolly Parton Syndroom (Fibroadenomateuze hyperplasie)

Het Dolly Parton syndroom of fibroadenomateuze hyperplasie is een goedaardige, maar vervelende zwelling van de melkklieren bij de kat die veroorzaakt wordt door het hormoon progesteron. Omdat de zwelling enorme vormen aan kan nemen heet de aandoening ook wel Dolly Parton syndroom. Het Dolly Parton syndroom kan zowel bij katers als bij poezen voorkomen en wordt meestal in relatie tot het gebruik van de poezepil gezien.

Hoe ontstaat het Dolly Parton syndroom?

Progesteron is een lichaamseigen hormoon dat na de eisprong door de eierstok wordt geproduceerd. Wanneer er een dekking heeft plaatsgevonden zal progesteron de dracht in stand houden, maar ook in geval van een schijndracht wordt er een langere periode progesteron aangemaakt. Bij langdurig hoge progesteronspiegels in het bloed kunnen er flinke zwellingen van de melkklieren ontstaan. 

Welke situaties zorgen voor een langdurige hoge progesteronspiegel?

Met stip staan de poezen die met de poezepil (megestrolacetaat, een progesteron-derivaat) behandeld worden op de eerste plaats. De poezepil wordt gebruikt als anti-conceptie en ter preventie van krolsheid.

  • Niet-gesteriliseerde poezen die dus met enige regelmaat krols worden.
  • Poezen die schijnzwanger zijn.
  • Drachtige poezen.
  • Poezen (en soms katers) die met progesteronpreparaten worden behandeld.

Wat zijn de symptomen?

De melkklieren zijn flink gezwollen. Ze kunnen zelfs zo groot worden dat ze over de grond slepen. De zwelling kan plaatsvinden in een enkele melkklier, in een aantal en soms zelfs in alle melkklieren. De melkklieren voelen vrij hard aan en vertonen aanvankelijk geen pijn. In een later stadium kan er wel degelijk pijn ontstaan, zeker wanneer de klieren ontstoken raken. In die gevallen zullen de katten ook algehele malaise vertonen; ze zijn sloom, hebben soms koorts en willen slecht eten.

Hoe stellen we de diagnose?

Op basis van het klinisch beeld en de historie van de kat zijn meestal voldoende om de diagnose te stellen. In geval van twijfel kan een weefselbiopt uitsluitsel geven.

Wat is de behandeling?

De behandeling bestaat uit het wegnemen van de progesteronbron. Niet gesteriliseerde poezen zullen gesteriliseerd moeten worden, hetzelfde geldt voor poezen die schijnzwanger zijn. Katten die met progesteron behandeld worden zullen in de regel herstellen wanneer met deze exogene progsteronbron wordt gestopt. In een enkel geval kan een ernstige aantasting van de melkklieren optreden waardoor het soms noodzakelijk is om het afwijkende weefsel operatief te verwijderen.

Suikerziekte

Dat een dier veel drinkt, veel plast en sloom is kan duiden op suikerziekte. Suikerziekte kan een gevolg zijn van hormonen, overgewicht of het resultaat zijn van bepaalde medicijnen.

Zowel bij de hond als bij de kat wordt regelmatig suikerziekte gediagnosticeerd met behulp van een bloedonderzoek (eventueel in combinatie met een urine onderzoek). Vaak is het de eigenaar opgevallen, dat het dier veel drinktveel plast en sloom is.

Suikerziekte kan een gevolg zijn van overgewicht, hormonen (die worden afgegeven door de eierstokken, maar die ook worden gebruikt voor bijvoorbeeld loopsheid/krolsheid preventie) of als nare bijwerking van bepaalde medicijnen. 

Bij suikerziekte is er sprake van uitputting van insuline producerende cellen in de alvleesklier. Daarom zal er dagelijkse insulin per injectie gegeven moeten worden. Het is meestal even zoeken naar de juiste dosis. Bij een te lage dosis insuline blijft het suikerniveau in het bloed te hoog en kunnen essentiĆ«le organen, zoals ogen en nieren worden aangetast. Bij een te hoge dosis insuline kan de suikerwaarde naar te lage waarden dalen, wat kan leiden tot een kritieke situatie! Dit noemen we een hypo. Het is dan ook zaak regelmatig de suikerwaarde te laten controleren. Daarnaast is regelmaat van groot belang!

Bij de hond

Over het algemeen heeft een hond met suikerziekte tweemaal daags een injectie met insuline nodig. Daarnaast is een zeer regelmatig leven met een gedoseerde hoeveelheid lichaamsbeweging en vaste voedingstijdstippen van groot belang!

Bij de kat

Het ontstaan van suikerziekte bij de kat vertoont grote gelijkenis met ouderdomsdiabetes bij de mens. Vetzucht en lichamelijke inactiviteit zijn dan ook belangrijke factoren bij het ontstaan van diabetes bij de kat.
De meeste katten zullen tweemaal daags een injectie met insuline nodig hebben. Daarnaast moet er regelmatig, bij voorkeur op vaste tijdstippen, gegeten worden. Het is verstandig uw kat te laten wennen aan speciaal diabetes voer.

Hypoglycemie

Als er te veel insuline is gespoten of te weinig eten is gegeven kan het dier een zogenaamde hypo krijgen. Dit houdt in dat er te weinig bloedsuiker in het bloed zit. Hierdoor kan het dier erg sloom of soms zelfs comateus worden. Het is belangrijk dat u direct vruchtensuiker aan uw dier geeft als u het idee heeft dat hij mogelijk een hypo heeft! Neem ook direct contact op met uw dierenarts.

Schildklierproblemen bij katten

Een vaak voorkomend probleem bij met name oude katten is een overactieve schildklier. Katten met een schildklierprobleem zijn vaak erg mager ondanks een goede eetlust en hebben vaak een slechte vacht.

In 98% van de gevallen is de oorzaak een goedaardige tumor in de schildklier, waardoor deze teveel schildklierhormoon produceert. Dit leidt tot een intensievere stofwisseling. In het merendeel van de gevallen zijn beide schildklieren aangetast.

Wat merkt u aan uw kat?

Katten met een schildklierprobleem zijn vaak erg mager ondanks een goede eetlust en hebben een slechte vacht. Ze drinken en plassen veel, zijn hyperactief en hebben vaak dunne ontlasting. Soms is het opgevallen dat de kat koele ligplaatsen opzoekt of erg nerveus of agressief geworden is. In het eindstadium of bij complicerende hartproblemen kan sloomheid en een minimale eetlust optreden.
NB: de symptomen zijn niet in alle gevallen duidelijk!

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Bij het lichamelijk onderzoek heeft de dierenarts vaak al een vermoeden van een te actief werkende schildklier. We zien een magere kat met een dorre vacht, horen een snelle, bonzende hartslag en soms zijn de darmen te goed voelbaar. In veel gevallen kan de vergrote schildklier ook in de hals worden gevoeld. De diagnose kan met zekerheid worden gesteld met behulp van een bloedonderzoek.

Is er wat aan te doen?

De meest voor de hand liggende oplossing is de schildklier weer tot rust te brengen met behulp van medicijnen. Dit moet dagelijks en levenslang. Drie weken na de start van de medicatie moet het bloedonderzoek worden herhaald om te kijken of het gewenste resultaat is bereikt.
Naast medicinaal ingrijpen is er als alternatief ook een operatie mogelijk waarbij de hyperactieve schildklieren worden verwijderd. Tot slot kan de schildklier worden vernietigd met behulp van radioactief jood. Dit kan alleen gebeuren in Utrecht.

Hoe is de prognose?

De prognose is mede afhankelijk van complicerende hart- en nieraandoeningen en neveneffecten op de medicatie. Over het algemeen is de prognose goed te noemen wanneer bijtijds wordt ingegrepen.

Terug naar Aandoeningen